Gisteren stond de wereld even stil toen Robert Gesink viel. En Tom Boonen, en Ivan Velasco, Janez Brajkovic, Christophe Kern, Nicky Sörensen, Alberto Contador en weet ik veel wie nog allemaal.
Zoveel gevallen renners in één etappe, zoveel ellende. Even was wielrennen eigenlijk gewoon niet meer zo leuk. Behalve dan voor Thomas Dekker. Want die is sinds gisteren weer wielrenner.
En dat is zalig, zo liet hij weten in het Belgische Sint-Niklaas, daar waar hij zijn rentree maakte na twee jaar dopingschorsing. Ook al waren die eerste wedstrijdkilometers van een kermiskoers. En niet van de Tour de France.
Debuut
De koers die hij ooit zou winnen, want daar was iedereen het over eens, heeft hij maar één keer gereden.
In 2006 zóu hij debuteren, maar een week voor vertrek kreeg hij bij het NK te horen dat hij uit de selectie
was gezet.
De ploegleiding was van mening dat hij geen topvorm had, dat ze hem tegen zichzelf in bescherming moesten nemen. Notabene Bram de Groot, type harde-werker-weinig-glorie, mocht in zijn plaats mee.
Vanuit die Tour van 2006 belde ik hem af en toe. Hij moest het in juli doen met de Ronde van Sachsen. Hij, het grote talent dat in het voorjaar nog de prestigieuze Tirreno-Adriatico won. Toon van die gesprekken: wat vreselijk onrechtvaardig allemaal. Ik was het helemaal met hem eens.
Ook in 2009 mocht hij niet mee naar Frankrijk. Dit keer kreeg hij drie dagen voor de start het slechte nieuws, nu vanwege een positieve dopingtest. De lange lijdensweg van Dekker begon.
Debutant
Die ene, schamele Tourdeelname dan, in 2007. Natuurlijk won Fabian Cancellara de proloog in Londen, maar Dekker werd gewoon achtste. Hij straalde vooral van binnen, bleef gepast cool in zijn commentaar op de impact van het evenement. En de benaming debutant? Ah, kom op, dat gold toch zeker niet voor hem?
Wie Dekker als een bezetene op kop zag sleuren in bergritten kon niet anders dan hem gelijk geven. En bewondering voor hem hebben. Van zijn flair en sterrenstatus genieten. Hoop koesteren voor dat ene jaar dat hij niet meer in dienst hoefde te rijden van, pak ‘m beet, een rare Deen of Rus. Juist die Deen zorgde in die eerste Tour van Dekker voor het welbekende drama.
Fijn
Zonder overdrijven: dat huwelijk van Dekker met de Tour mag met een gerust hart slecht genoemd worden. Deze juli rijdt Dekker weer niet de Tour. Kermiskoersen wel, de hele maand lang. Dit keer echter geen verongelijkte teksten uit zijn mond, maar blijdschap. Omdat hij weer mág koersen.
Met de hele familie naar de wedstrijd. Een rugnummer afhalen in een kroeg en dan geld neerleggen om dat nummertje mee te krijgen. Dekker: “Echt fijn.”
Nee, die volgende Tour van Dekker kan niet ver weg meer zijn.
———————————————————————————————————————————–

Manon Colson (1976) volgde als verslaggever van NUsport tien keer de Tour de France.
Nu is ze chef redactie bij Helden magazine.
——————————————————————————————————————
Deze blog verscheen eerder op NUsport.nl. * CC foto: Alex E. Proimos.


