Massamoordenaars in de Tour

Ik heb even gewacht totdat de storm rond de aanrijding van Johnny Hoogerland is gaan liggen. Wilde er honderd procent zeker van zijn dat de bestuurder van DE auto geen vrouw bleek te zijn.

Dat werd een dag of wat beweerd, en natuurlijk klonk er een instemmend “oh ja, hè, hè” door het hele land. Nu de kust veilig is, durf ik het onderwerp autorijden in de Tour aan te snijden.

Zelf heb ik in tien Tours, waarvan ik er drie in mijn eentje gereden heb, exact nul ongelukken veroorzaakt. Nul deuken, nul krasjes, nul niks. Ja, mannen, het bestaat! Ik heb alleen twee keer met het zweet in mijn handen aan het stuur gezeten.

En dan niet van dat klamme vocht, nee, ik had daadwerkelijk kletsnatte handen van het ergste angstzweet dat bestaat. In 2003 bedachten mijn collega en ik dat we via een sluiproute naar de top van Alpe d’Huez zouden rijden, zo vermeden we de drukte van de eerste bochten en zouden we halverwege de berg pas weer aansluiten in de file.

Gapend ravijn
Een uitstekend plan, ware het niet dat het weggetje dat ons daar moest brengen zo’n anderhalve meter breed was en dat waar de weg ophield, niets dan een diep, gapend ravijn was.

Lang konden we met slechts licht klotsende oksels onze weg naar boven vervolgen, totdat we plots oog in oog stonden met onze grootste vrienden uit de Tour: de Duitsers van ARD/ZDF.

Met hun veel te grote Mercedessen maakten ze elke dag in de duidelijk dat het evenement eigenlijk van hun was, en daar leken ze die dag niet mee te willen stoppen. De Duitser achter het stuur zag me aankomen, minderde nauwelijks vaart en leek pas te beseffen dat ik geen kant op kon toen ik in pure paniek boven op mijn rem trapte.

Heel langzaam zijn de Duitser en ik langs elkaar heen gereden, ik met dat welbekende zweet in mijn handen, mijn collega starend in het ravijn naast hem. En de Duitser met een blik van: tjonge, jonge, die vrouwen toch.

Prachtige cols
En ja, in 2009 zat ik vooral mezelf in de weg. Letterlijk en figuurlijk. ’s Avonds laat moest ik in de derde week van de Tour nog naar het vliegveld van Genève, en daarvoor moest ik helemaal om het meer heen rijden.

Er waren twee routes: bovenlangs via snelwegen, of onderlangs over fijne B-wegen en prachtige cols. Natuurlijk drukte ik mijn bestemming gedachteloos in de TomTom die me via de kortste weg stuurde.

Zonder te checken wat die kortste weg precies inhield, gaf ik gas en was ik vertrokken. En reed ik even later dus over die B-wegen en die cols. In het donker, langs pikzwarte bossen, vervallen huizen. Al snel ontspon zich in mijn hoofd een scenario waarin ik een platte band zou krijgen en ik zonder bereik op mijn telefoon uren langs de kant van de weg zou staan.

Makkelijke prooi
Een makkelijke prooi voor al die massamoordenaars die zich in de bossen ophielden. Toen er ook nog een wit bestelbusje de weg opdraaide van een parkeerplaats en me kilometers lang achtervolgde, ja, toen brak me dus het zweet uit. Ik voelde me ontzettend alleen en ontzettend vrouw.

Maar goed, afgezien daarvan: niks aan, dat autorijden in de Tour.

———————————————————————————————————————————–

Chef Helden Manon Colson

Manon Colson (1976) volgde als verslaggever van NUsport tien keer de Tour de France.
Nu is ze chef redactie bij Helden magazine.

——————————————————————————————————————

Deze blog verscheen eerder op NUsport.nl. * CC illustratie: Mike “Dakinewavamon” Kline.

Dit artikel is geplaatst in Blog, Manon Colson met de volgende tags , , .