
Het is maandagavond 3 augustus 1992, als Ellen van Langen naar de startblokken loopt. De klok slaat 20.45 uur: tijd voor de 800 meter-finale.
De eerste 400 meter blijft Van Langen hangen op de zesde plek. “Ongelofelijk, het ging ook veel te hard voor mij,” zegt ze na afloop over die eerste ronde. “De eerste 100 meter oké, maar daarna moest ik echt sprinten om bij de groep te komen.” Het lukt Van Langen aan te haken. Het tempo vol te houden. En al rennend, te wáchten.
(meer…)